De algehele gemeenschap van goederen

Nederland kent van oudsher een bijzondere vorm van vermogensoverheveling, te weten trouwen in gemeenschap van goederen of een geregistreerd partnerschap aangaan. Als het paar voor het trouwen (of geregistreerd partnerschap) niets bij de notaris heeft geregeld, trouwen zij in gemeenschap van goederen. Er kan ook gekozen worden voor een ander huwelijksvermogensstelsel. Dit andere stelsel (bijvoorbeeld uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen of een beperkte gemeenschap van goederen) is van toepassing wanneer voorafgaand aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld en ondertekend. Ook tijdens het huwelijk kan een wijziging van het huwelijksvermogensstelsel plaatsvinden.

Gevolgen trouwen in gemeenschap van goederen

De bestaande bezittingen en schulden van beide echtgenoten en de bezittingen en schulden die iedere echtgenoot gedurende het huwelijk opbouwt 'vallen' in de gemeenschap van goederen. Het gevolg van de huwelijksgemeenschap wordt duidelijk bij de ontbinding daarvan, door overlijden of echtscheiding. Bij overlijden betekent dit dat de helft van de huwelijksgemeenschap van goederen toekomt aan de langstlevende echtgenoot, terwijl de andere helft de nalatenschap van de overleden echtgenoot vormt. Over de nalatenschap wordt uiteindelijk (afhankelijk van de hoogte van het vermogen en de geldende vrijstellingen) erfbelasting geheven. Wanneer het huwelijk eindigt door echtscheiding zal de huwelijksgemeenschap verdeeld moeten worden